Het kerninstrument 'Programma' legt belangrijke verbindingen met de andere kerninstrumenten in de beleidscyclus van een gemeente. Een programma geeft aan hoe een gemeente de omgevingsvisie of onderdelen daarvan wil realiseren. Het kan bijvoorbeeld gericht zijn op een beleidsthema zoals een woonvisie, op een gebied of project zoals een centrumvisie, of op een milieuwaarde zoals een veiligheidsplan.

Op basis van artikel 3.5 van de Omgevingswet bevat een programma voor één of meer onderdelen van de fysieke leefomgeving:

  1. een uitwerking van het te voeren beleid voor de ontwikkeling, het gebruik, het beheer, de bescherming of het behoud daarvan;
  2. maatregelen om aan een of meer omgevingswaarden te voldoen en / of een of meer andere doelstellingen voor de fysieke leefomgeving te bereiken.

Naar behoefte programma’s opstellen
De gemeente kan dus een programma inzetten om daarmee haar taken en bevoegdheden uit te oefenen met het oog op de doelen van de Omgevingswet: het beschermen en benutten van de fysieke leefomgeving.
Een programma is vooral uitvoeringsgericht; de nadruk ligt op het bereiken van het doel binnen een beheersbare termijn voor het desbetreffende aspect van het beleid voor de fysieke leefomgeving. Het staat de gemeente vrij om naar behoefte programma’s op te stellen voor deze aspecten of voor deelgebieden.

Eén van de maatregelen die in een programma kan worden opgenomen, is het sturen op de gewenste kwaliteit van de fysieke leefomgeving door het opnemen van juridische bindende regels in het omgevingsplan. Andere maatregelen zijn ook denkbaar zoals de inzet van communicatie / informatie-instrumenten, de inzet van financiële instrumenten bijv. subsidie, het maken van afspraken met organisaties of het nemen van fysieke maatregelen.

Huidige plannen te beschouwen als programma
Een groot deel van de bestaande wettelijke en buitenwettelijke plannen kan als programma worden beschouwd. Het gaat om tal van beleidsplannen voor uiteenlopende onderwerpen zoals wegen, bereikbaarheid, landschapskwaliteit, cultureel erfgoed of buisleidingen, of om structuurvisies voor een specifiek gebied. Verder vallen het gemeentelijke rioleringsprogramma, actieplan geluid, waterbeheerprogramma en het beheerplan voor Natura 2000-gebieden onder het programma.

College stelt programma's vast
Het college van burgemeester en wethouders van een gemeente kan op basis van artikel 3.4 van de Omgevingswet programma’s vaststellen. Het vaststellen van programma’s is dus in beginsel geen verplichting. De raad van een gemeente is niet bevoegd om programma’s vast te stellen. Dat betekent overigens niet dat de raad niet betrokken kan worden bij de totstandkoming en besluitvorming omtrent een programma. Op basis van artikel 2.2 van de Omgevingswet houdt het college bij de uitoefening van haar taken en bevoegdheden immers rekening met de taken en bevoegdheden van bijvoorbeeld de raad en stemt zo nodig met de raad af. Programma’s binden enkel het college bij de uitoefening van haar bevoegdheden.

Bij het vaststellen van een programma wordt aangegeven hoe burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen bij de voorbereiding zijn betrokken. Gelet op het zelfbindende karakter staat geen beroep open tegen het besluit tot vaststelling van een programma. Op basis van het overgangsrecht zoals opgenomen in artikel 4.11 van de Invoeringswet Omgevingswet geldt een programma dat is vastgesteld op of na 23 maart 2016 en voldoet aan de wettelijke vereisten als een programma als bedoeld in de Omgevingswet.

Bijzondere vormen van programma's
In de Omgevingswet worden verder weinig regels gesteld aan de vrijwillige programma’s. Er is echter een aantal bijzondere vormen van programma’s waar de Omgevingswet extra regels aan stelt. Dit zijn:

  • verplichte programma’s;
  • programma’s met een programmatische aanpak;
  • programma’s bij dreigende overschrijding van een omgevingswaarde.

Voor meer informatie: Jasmijn van Tilburg, E jasmijn.van.tilburg@bro.nl, M 06 150 253 61