De Omgevingswet is in juli 2015 door de Tweede Kamer en in maart 2016 door de Eerste Kamer aangenomen. Met de Omgevingswet wordt het omgevingsrecht eenvoudiger en overzichtelijker omdat verschillende wetten en regelingen zijn samengevoegd. Ook zijn er aanpassingen gedaan aan de wettelijke instrumenten om beter te sturen en flexibeler om te gaan met nieuwe bouwplannen.

Beschermen en benutten van de fysieke leefomgeving
Het motto van de wet is: ‘ruimte voor ontwikkeling, waarborgen voor kwaliteit’. Dat motto is in de wet vertaald in twee maatschappelijke doelstellingen:

  1. De Omgevingswet moet bijdragen aan het bereiken en instandhouden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit.
  2. De wet moet bijdragen aan het doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving om maatschappelijke functies te vervullen.

Deze maatschappelijke doelen kunnen alleen efficiënt en effectief worden bereikt als de wet en de regels eenvoudig, overzichtelijk, snel en adequaat kunnen worden uitgevoerd. Om dat te bereiken ziet het Rijk voor de Omgevingswet vier verbeterdoelen:

  1. Het omgevingsrecht moet inzichtelijk, voorspelbaar en gemakkelijk in het gebruik zijn.
  2. De leefomgeving moet op een samenhangende manier centraal staan in beleid, besluitvorming en regelgeving.
  3. Een actieve en flexibele aanpak moet overheden meer afwegingsruimte bieden om doelen voor de leefomgeving te bereiken.
  4. Besluitvorming over projecten in de leefomgeving moet sneller en beter.

Vertrouwen en zorgplicht: uitgangspunt is ja, tenzij….
In de meeste gevallen is de kwaliteit van de leefomgeving een publieke verantwoordelijkheid. De Omgevingswet regelt wat de overheid moet doen en hoe ver de overheid daarin mag gaan ten opzichte van burgers en bedrijven.
Burgers, bedrijven en overheden zijn echter samen verantwoordelijk voor de kwaliteit en ontwikkeling van de leefomgeving. Burgers voor eigen grond en huis. Bedrijven voor de gevolgen van de activiteiten van hun onderneming voor de omgeving. De overheid voor het algemeen belang. Vertrouwen is daarbij de basis: in initiatiefnemers, van burgers in de overheid en tussen overheden.

Participatie belangrijk
Participatie van burgers en bedrijven bij besluitvorming over plannen, visies en projecten, is een ander belangrijk onderdeel van de Omgevingswet. Mensen die wonen en werken in een gebied hebben het meeste baat bij kwalitatief goede besluiten en zijn dus vaak bereid om energie in de planvorming te stoppen. Belangrijk neveneffect is draagvlak, waardoor de formele procedure sneller kan worden doorlopen.

De uitvoeringsbesluiten (AMvB’s)
De Omgevingswet is de eerste stap op weg naar een echte omslag in het omgevingsrecht. Voor de uitvoeringsregelgeving komen ca. 120 AMvB’s samen in 4 AMvB’s, die in samenspraak met de uitvoeringspraktijk zullen worden uitgewerkt.

  1. Omgevingsbesluit: procedurebepalingen en overige algemene regels, bijvoorbeeld wie bevoegd gezag is.
  2. Besluit kwaliteit leefomgeving: regels die de overheid moeten toepassen bij het uitoefenen van hun taken en bevoegdheden op het terrein van milieu, water, ruimte, erfgoed, natuur en infrastructuur.
  3. Besluit activiteiten leefomgeving: regels omtrent milieubelastende activiteiten, activiteiten rondom wegen en waterstaatswerken en cultureel erfgoed.
  4. Besluit bouwwerken leefomgeving: regels voor bouwen, slopen en gebruiken van bouwwerken.

Enkele onderdelen van het omgevingsrecht (bodem, geluid, grondeigendom, natuur) worden apart aangepakt en door middel van afzonderlijke wetsvoorstellen ingebouwd in de Omgevingswet. Goede invoering kost tijd en een zorgvuldige voorbereiding en aanpak, maar de planning is krap. Daarom wordt nu al hard gewerkt aan de invoerings- en uitvoeringsregelgeving, die ter consultatie zijn voorgelegd aan diverse partijen.

Meer weten?
Neem contact op met Wanda Blommensteijn, E wanda.blommensteijn@bro.nl, M 06 150 726 51.