Effecten online-supermarkt op boodschappenstructuur

Supermarkten zijn cruciaal voor het behoud van vitale wijken en dorpen. Het zijn de dragers van vitale winkelcentra omdat winkels, horeca en dienstverleners van hun aantrekkingskracht profiteren. Om aantrekkelijk te blijven moeten supermarkten altijd innoveren. Alle facetten moeten up-to-date zijn zoals zichtbaarheid, bereikbaarheid, parkeermogelijkheden en vierkantemeters om het assortiment ruim en overzichtelijk uit te stallen.

Ongelijk speelveld

Door de snelle groei van online moeten supermarkten nog sneller moderniseren dan normaal. Zij worden hierin echter beperkt door de moeizame besluitvorming over ruimtelijke aanpassingen zoals gevelpresentatie, omvang en parkeren. Voor online-supermarkten geldt dit niet, zodat een ongelijk speelveld ontstaat. Zorgwekkend, want het kan op termijn leiden tot sluiting van supermarkten en verschraling van de winkelstructuur en de leefbaarheid.

Want, wat zijn de ruimtelijk-functionele effecten van de groei van online-boodschappen op de Nederlandse fysieke supermarktstructuur en de leefbaarheid van Nederlandse wijken en dorpen, en wat zijn beleidsmatige oplossingsrichtingen om de uitgangssituatie voor fysieke supermarkten te verbeteren?

Meerwaarde van supermarkten

Supermarkten staan aan de basis van de detailhandelsstructuur en de leefbaarheid. Daarom zijn we in ons beleid zuinig op de supermarktstructuur. Vestiging of uitbreiding van supermarkten is onderhevig aan een strenge ruimtelijke ordening met een zware onderzoeksplicht, zoals toetsing aan de ladder voor duurzame verstedelijking. Dit leidt veelal tot jarenlange (bezwaar)procedures.

Opkomst online-supermarkten

De coronacrisis heeft de toch al grote groei van online-supermarkten in een stroomversnelling gebracht. Aangezien zij niet worden gezien als supermarkt maar als bedrijf, worden zij niet getoetst op ruimtelijke effecten op de winkelstructuur en niet beperkt door procedures. Picnic is in 2015 opgericht, en inmiddels rijden er al zo’n 800 bezorgautootjes rond in meer dan 70 Nederlandse gemeenten. Eén van de oprichters van Picnic verwacht een jaaromzet van ca. 500 miljoen euro in 2020. Omgerekend zijn dit ca. 50 fysieke Picnic supermarkten (bron IRI, 2020 en Nielsen 2020) die zonder enige effecttoetsing zijn gestart, óók in gemeenten met een behoudend supermarktbeleid.
 
Uit onderzoek blijkt dat fysieke supermarkten gemiddeld ca. € 1.000,- per week verliezen als Picnic actief wordt in hun marktgebied (Business insider.nl, februari 2020). Dit bedrag oogt weliswaar beperkt, maar ook andere online aanbieders nemen een steeds groter deel van de koek. Bijvoorbeeld Bol.com, Hello Fresh en de online-boodschappen van Jumbo en Albert Heijn. Het online marktaandeel ligt momenteel op ca. 5,3% en zal naar verwachting groeien naar ca. 7,2% in 2023 (Gfk, 2020). Deze groei zet door, zeker wanneer mondiale spelers als Amazon en Alibaba de Nederlandse boodschappenmarkt betreden. Online is een blijvertje met effecten op de fysieke boodschappenwinkels. Om de concurrentiestrijd aan te kunnen moeten supermarkten beleidsmatig letterlijk ruimte krijgen te moderniseren, vanuit gelijkheid en leefbaarheid.

Communicerende vaten

Supermarkten en online spelers vissen in dezelfde consumentenvijver. Wij voorzien een sneeuwbaleffect voor de leefbaarheid indien supermarkten niet kunnen moderniseren:

  1. Supermarkten moeten innoveren om aantrekkelijk te blijven, gezien de hoge eisen van de consument en de snelle online groei.
  2. Juist in die groei worden supermarkten in ruimtelijke plantoetsing en procedures beperkt.
  3. Te kleine gedateerde supermarkten komen in een vicieuze cirkel. Zij zijn niet langer aantrekkelijk en de consument zal vaker uitwijken naar online, wat de positie verder aantast.

Bij gebrek aan perspectief is het denkbaar dat supermarktketens deze supermarkten op termijn sluiten. Dat heeft effect op winkelcentra en leefbaarheid. Momenteel zit ca. 40% van alle Nederlandse supermarkten klein in de jas, er van uitgaande dat een toekomstbestendige supermarkt groter is dan 1.000 m² wvo (Locatus Retailverkenner). Een aantal hiervan wil graag moderniseren. Enerzijds willen supermarkten alsmaar groter d.m.v. schaalvergroting en ruime presentatie van het assortiment, anderzijds wordt in plantoetsing teveel vastgehouden aan marktruimte.

Kader: Ladder voor duurzame verstedelijking en dpo modellen
De ladder voor duurzame verstedelijking is wettelijk verplicht voor initiatiefnemers om de behoefte aan bijvoorbeeld een supermarkt an te tonen, en dat de effecten op de leefomgeving aanvaardbaar zijn. Zie ook Toetsing leegstand op aanvaardbaarheid bij winkelinitiatief, 2020.

Bij plantoetsing is inzicht nodig in vraag en aanbod in een gebied. Relevant onderdeel is een dpo model waarin vraag (bestedingen) en aanbod (supermarktmeters) worden verrekend. De uitkomst geeft een indicatie hoeveel m² winkelvloeroppervlak kan worden toegevoegd om uit te komen op de ‘norm’ voor economisch duurzaam functioneren. Die norm is indicatief en staat niet gelijk aan ‘marktruimte’. Die bepaalt de markt immers zelf. Deze berekeningen zijn indicatief en steeds vaker negatief, nu ook online-supermarkten een groter deel van de koek nemen.

Gebrek aan ‘marktruimte’ door overaanbod kan de reden zijn voor een behoudend supermarktbeleid en het tegenhouden van initiatieven. In plantoetsing gaat het echter om kwaliteit en niet om marktruimte of overaanbod. Dit blijkt ook uit het citaat uit de handreiking bij de ladder: Het enkele gegeven dat overaanbod ontstaat, betekent niet dat de ontwikkeling in strijd is met de ladder. Daarnaast kan op plekken waar weinig marktruimte aanwezig is voor detailhandel vernieuwing en versterking van de winkelstructuur soms nodig zijn. Zie ook Het failliet van het DPO 'sommetje', 2018


Meer ruimte voor supermarkt van de toekomst

Wij verwachten dat de toekomstige consument zowel on- als offline boodschappen doet. De drie belangrijkste redenen een supermarkt te blijven bezoeken zijn in volgorde van relevantie:

  1. nabijheid;
  2. producten bekijken;
  3. plezier in het bezoek (Deloitte, Consumentenonderzoek 2019).

Hoewel we in coronatijd vaker online bestellen, waarderen we ook de lokale voorzieningen meer. Supermarktbezoek is één van de weinige uitstapjes. Mensen hebben ontmoetingsplekken nodig en supermarkten voorzien hierin. De supermarkt van de toekomst heeft meer ruimte nodig. Discount-supermarkten zoals Lidl of Aldi vooral om de versafdeling en bakkerij te optimaliseren en het assortiment ruimer en overzichtelijker uit te stallen (o.a. bredere gangpaden). Supermarkten in het hogere prijssegment zoals Albert Heijn en Jumbo, integreren horeca en afleverpunten voor onlinebestellingen in de winkels. Deze supermarkten krijgen meer een hubfunctie. De trend van schaalvergroting was al ruim voor de coronacrisis ingezet, maar wordt nu versneld. Door de coronacrisis voelen consumenten zich veiliger in ruim opgezette supermarkten, waar zelfs bij drukte 1,5 meter afstand kan worden gehouden.

Inzetten op kwaliteit!

Voor supermarkten is het belangrijk dat zij letterlijk en figuurlijk de ruimte krijgen om de concurrentie met online te kunnen aangaan. Beleid en plantoetsing zou minder moeten uitgaan van dpo modellen en meer vanuit de gewenste consumentenverzorging en leefbaarheid. Het accent zou moeten liggen op kwaliteit niet op kwantiteit, waar de markt de ruimte krijgt en wordt geluisterd wordt naar de wensen van ondernemers. Niet iedere supermarkt wil in de praktijk altijd meer en groter. Supermarktformules moderniseren en investeren enkel daar waar het rendeert. Bovendien functioneren bepaalde supermarkten ook prima op minder winkelmeters. Daar waar supermarkten echter wel groter willen zouden zij moeten worden gefaciliteerd. Uiteraard is zorgvuldigheid vereist, maar wel met het besef dat wordt getoetst op kwalitatieve versterking en niet op omzeteffecten en concurrentieposities. Het toevoegen van nieuwe supermarktmeters ten koste van bestaande meters is prima, zolang sprake is van een kwalitatieve versterking. Dit is gezonde marktwerking. Door te toetsen op kwaliteit kunnen langlopende procedures als gevolg van meterdiscussies worden versneld. Ook de Omgevingswet biedt handvatten voor snellere procedures.

De relevante vraag is in hoeverre het bestaande supermarktaanbod nog voldoet aan de behoefte, nu de consument om ruimere supermarkten vraagt. Het beleidsmatig vasthouden aan te kleine gedateerde supermarkten en winkelcentra is niet langer houdbaar. Bij gebrek aan fysieke ruimte, is vaker een rigoureuze keuze nodig om supermarkten te faciliteren. Sloop en nieuwbouw van winkelcentra bieden soms uitkomst. Een goede beleidsvisie op de supermarktstructuur helpt hierbij. Het geeft een ontwikkelperspectief per boodschappencentrum, zet heldere kaders neer voor alle aanbieders en is een toetsingskader voor ontwikkelingen. Daarin zullen ook keuzes moeten worden gemaakt tussen kwalitatief sterke en minder sterke supermarkten en winkelgebieden. Binnen de kaders van een goede ruimtelijke ordening krijgt de markt zo de ruimte om haar werk te doen. Dit geeft kwalitatief goede supermarkten en ondernemers de ruimte de concurrentie met online aan te gaan. Het resultaat zijn moderne supermarkten, die de consument optimaal verzorgen en bijdragen aan aantrekkelijke winkelcentra. Dát is waar het in detailhandelsbeleid en plantoetsing om gaat!

Kader: Kortere procedures onder de Omgevingswet
De Omgevingswet kent voor gemeenten twee routes om nieuwbouw of uitbreiding van supermarkten mogelijk te maken, als de ontwikkeling niet in het omgevingsplan past:
wijzigen van het omgevingsplan;
afwijken van het omgevingsplan met een omgevingsvergunning.

Wij richten ons op afwijken van het omgevingsplan, omdat het wijzigen van een omgevingsplan qua procedure vergelijkbaar is met de wijziging van een bestemmingsplan. De procedure voor het afwijken van het omgevingsplan wordt aanzienlijk korter, namelijk 8 weken (reguliere procedure) in plaats van 26 weken (voor de uitgebreide procedure). Hierbij moet worden bedacht dat:
Inhoudelijk dezelfde eisen gelden voor het afwijken van het omgevingsplan als voor het wijzigen. Dus ook de verbrede reikwijdte (fysieke leefomgeving).

De voorbereidingstijd van beide routes vergelijkbaar is (onderzoeken e.d.).
Voor grotere afwijkingen mogelijk een advies van de gemeenteraad vereist is.

Aanvragen die zijn ingediend voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet worden afgehandeld volgens het huidige recht.

Contact
Robin van Lieshout, senior adviseur retail & smart cities, robin.van.lieshout@bro.nl
Frank Simons, adviseur retail, frank.simons@bro.nl