Goed participeren is te leren

Steeds meer gemeenten verlangen bij nieuwe ontwikkelingen een participatieproces. Het actief betrekken van omwonenden en belanghebbenden bij nieuwe ontwikkelingen vraagt om een andere projectaanpak van initiatiefnemers. Door vooraf secuur de stappen te bepalen wordt het participatieproces of de omgevingsdialoog een spel zonder verliezers.

Steeds vaker vragen gemeenten aan initiatiefnemers van een bouwplan een verslag van het participatieproces toe te voegen bij hun bestemmingsplan of ruimtelijke onderbouwing. Initiatiefnemers moeten hierbij vóór de daadwerkelijke procedure in contact treden met omwonenden. Met deze verschuiving van het participatiemoment naar de start van een project slaan gemeenten het opstellen van een voorontwerpbestemmingsplan over. Daarmee vervalt ook de inspraak. De wettelijke mogelijkheid voor het indienen van zienswijzen blijft wel gehandhaafd.

Hoeveel invloed moeten burgers krijgen?
De komende jaren gaan steeds meer gemeenten over naar een participatieproces. Onze inschatting is dat meer gemeenteraden en colleges de lijn hanteren dat initiatieven en projecten alleen op de agenda komen, als vooraf met omwonenden en belanghebbenden is gesproken. Daarmee verschuift de discussie in eerste instantie van binnen naar buiten het gemeentehuis. Burgers krijgen op voorhand de mogelijkheid zich uit te spreken over een plan of project.

Participeren en belanghebbenden betrekken bij het proces is niet voor iedereen nieuw. Voor initiatiefnemers die er al ervaring mee hebben verandert het moment steeds meer naar de voorkant van het proces en verandert het belang dat er aan gehecht wordt. Anderen zijn juist gewend om in eerste instantie een plan te bespreken met de gemeente, en pas bij de formele procedure het participatiemoment in te vullen. Het belang om te participeren en belanghebbenden te betrekken bij het proces wordt steeds groter en vormt een wezenlijk onderdeel van het afwegingsproces bij een plan. Ook heeft niet elke gemeente al richtlijnen opgesteld waaraan de omgevingsdialoog moet voldoen. Gemeenten laten het nog vaak over aan initiatiefnemers hoe zij omwonenden en belanghebbenden informeren en bij het proces betrekken.

Hoeveel invloed moeten omwonenden en belanghebbenden krijgen bij aanvang van een project? Naar onze mening moet de participatie gelijkwaardig zijn. Initiatiefnemers hoeven hun plannen niet helemaal aan te passen aan de wensen van omwonenden. Het zal gemeenten er meer om gaan hoe de participatie is ingericht: hoe zijn omwonenden uitgenodigd, welke reacties hebben zij gegeven en wat is hiermee gedaan? Heeft dit geleid tot aanpassing van de plannen?

Vanuit de participatietrajecten waarbij BRO betrokken is weten we dat er geen blauwdruk bestaat voor het ideale participatietraject. Afhankelijk van het type project, de omgeving en de relaties die initiatiefnemers hebben met de omgeving, kan op verschillende manieren het gesprek worden aangegaan. We adviseren u om altijd in gesprek te gaan en daarbij vooraf te bepalen wat het u moet opleveren: Welke speelruimte krijgen omwonenden en belanghebbenden? Hoe vindt de gemeentelijke afweging plaats? Het resultaat is vooraf gedragen projecten, minder of geen zienswijzen en versnelling van de procedures. Goed participeren is dus te leren.

Voor meer informatie: Pascal Hendriks, E pascal.hendriks@bro.nl