Natuur in de stad: 8 tips die het verschil maken

Circa één zevende van Nederland is bebouwd terrein. Natuur en groen spelen lang niet altijd een belangrijke rol bij de inrichting en het gebruik. Toch blijkt uit onderzoek dat groen in de omgeving belangrijk is voor je gezondheid. Daarnaast verhoogt het de waarde van vastgoed in de directe omgeving. We zien in diverse steden al zeer zeldzame soorten flora en fauna, bijvoorbeeld in Eindhoven de iepenpage en in de oude binnensteden van Den Haag, Maastricht en Nijmegen de schubvaren.

Hier volgen 8 tips om op kleine én grote schaal een bijdrage te leveren aan stadsnatuur:

1. Wilde huisdieren
Natuurinclusief bouwen betekent dat bij nieuwbouw- en renovatieprojecten gelet wordt op gebouwbewonende soorten; soorten die sterk gebonden zijn aan gebouwen voor nest- of verblijfplaatsen. Dit zijn bijvoorbeeld huismussen en gierzwaluwen die onder de pannen nestelen, maar ook vleermuizen die in de spouwmuren kruipen. Met een goed ontwerp van het dak levert dit geen problemen op, en kunnen de gebruikers genieten van de vrolijk tjirpende huismussen en voorbij gierende zwaluwen.

2. Natuurlijk beheer van groen door slim maaien
Door slimme aanpassingen in het groenbeheer worden bermen minder vaak gemaaid, waardoor planten langer kunnen bloeien en insecten de tijd hebben zich volledig te ontwikkelen. De vogels maken van dit extra voedselaanbod gretig gebruik. Door het minder maaien vallen de kosten vaak ook lager uit! Ook in je eigen tuin kun je aanpassingen doen door je gras in de winter te laten staan, en door tuinafval te composteren of te verwerken in takkenrillen.

3. Onze eigen plantensoorten
Onze dieren werken het beste samen met onze eigen planten. Op de Amerikaanse eik vind je amper 20 soorten insecten, terwijl het er op onze zomereik minstens 400 zijn. De meeste groenperkjes en aangeplante bomen bestaan uit uitheemse soorten, en ook onze tuinen zijn exotisch ingericht. Vervang eens een exotische struik door een hazelaar, hondsroos, sleedoorn of kardinaalsmuts, en plant een berk, es of els!

4. Er uit met die tegels!
Door de grote tuintegels komt bijna geen onkruid meer naar boven, lekker onderhouds vriendelijk! En ook in het straatbeeld zijn trottoirs, straten en parkeerplaatsen nodig. Met bijvoorbeeld grasbetontegels kan dezelfde functionaliteit worden behouden, en worden parkeerplaatsen toch groener. In de tuinen kunnen de tegels ruimte maken voor de inheemse planten zoals onder tip 3 genoemd.

5. Zoek de groene verbinding
Dorpen en steden hebben een groenstructuur. Van bovenaf zie je lanen, bossen, parken, sloten, beken en grachten. Door deze bestaande groene elementen op elkaar aan te sluiten, en nieuw groen hiermee te verbinden, ontstaat een groenblauw netwerk. Zo kunnen dieren hun weg in de stad vinden.

6. Zoek de sociale verbinding
Inwoners zijn de kern van een stad. Samen voor de natuur zorgen biedt saamhorigheid. Ludieke acties zoals een tegel inruilen voor een plant, of inheemse planten uitdelen kom je vaker tegen. Bewoners betrekken bij plannen in de wijk, of buurtinitiatieven waarbij alle schuurtjes groene daken krijgen zie je nog te weinig. Neem het initiatief om een buurtmoestuin te realiseren, of ga met de gemeente in gesprek voor een voedselbos.

7. Vraag het experts
In vrijwel alle dorpen en steden zijn natuurclubs actief, bijvoorbeeld een lokale IVN afdeling, natuurwerkgroep of vogelwerkgroep. Deze actievelingen hebben passie, en kennis van de lokale natuur. Ze geven graag hun advies en steken graag de handen uit de mouwen. Maak er gebruik van!

8. Beleid
Om het groen en de natuur grootschalig een plaats te geven in onze dorpen en steden is het noodzakelijk dat regionaal en landelijk beleid hierop stuurt. Biodiversiteit moet een integraal onderdeel worden van de besluitvorming. Zijn er kansen voor de natuur, en zijn deze benut? Diverse steden voeren dit beleid momenteel al in. Belangrijk hierbij is communicatie aan de voorkant, want achteraf je plannen moeten wijzigen stuit op onbegrip en weerstand.

Contact
Martijn van de Schoot, ecoloog, martijn.van.de.schoot@bro.nl, 06 150 253 46