De gezonde stad, aan de slag!

Al die woningen die moeten worden gebouwd, geven nóg meer druk op de openbare ruimte en daarmee op de gezondheid van de bewoners. Ongezonde wijken willen we niet bouwen, maar toch verschilt de levensverwachting per wijk sterk. Vervuiling en overlast zijn van invloed, maar ook ruimte om te bewegen, korte reistijden en groen. Dit zijn vaak onderbelichte thema's die inwoners helpen gezond te blijven of te worden. Hier bewust van zijn en 'gewoon' aan de slag gaan, is het begin.

Vergroenen van de stad
Met vergroenen worden verschillende doelen bereikt. Maar wat is vergroenen? Het begint met stenen eruit, groen erin. Van ingrepen in de achtertuin, tot het vormgeven van aaneengesloten groene netwerken in de stad. Zoals minder ruimte voor de auto en meer voor groen in straten en pleinen, diverser inrichten van parken, en voedselbossen in de stadsranden. Deze ruimten inrichten met verschillende soorten groen trekt nieuwe dieren en planten aan, goed voor de biodiversiteit. Maar ook voor het welzijn van de inwoners, omdat bijvoorbeeld de schaduw van de bomen voor verkoeling zorgt. Alleen al het uitzicht op groen werkt positief op mensen.

Bewegen én ontmoeten
Ook bewegen en ontmoeten heeft een positief effect op gezondheid, zoals door het aanleggen van wandel- en fietspaden. Wanneer hier ontmoetingsplekken aan worden toegevoegd, worden inwoners uitgenodigd te bewegen en te ontmoeten. Bijvoorbeeld jeu-de-boules banen, klimbossen, buurtmoestuinen of buurtkassen.

Het bewegen stimuleren kan ook anders. De auto kan blijven staan met goed openbaar vervoer en kortere reisafstanden. Hiervoor moeten functies in de wijk zoals werken, winkelen en wonen, worden gecombineerd. Dit zorgt voor een beloopbare wijk. Door de wijk in te richten als autoluwe ruimte, ontstaat meer ruimte voor sport, spel en ontmoeting.

Waar te beginnen?
Wat moet gebeuren, hangt sterk af van de wijk. Het begint bij het onderzoeken welke wijken extra aandacht nodig hebben voor gezondheid en welke acties bijdragen aan het welzijn van de bewoners.

Meer weten?
Joris Vos, joris.vos@bro.nl.