Uitstellen onderzoek tot de vergunningsfase. Mooi toch?

Eén van de knelpunten bij nieuwe initiatieven is de hoge onderzoekslast. De Omgevingswet biedt de mogelijkheid deze onderzoekslast op drie manieren te verminderen door:

  1. fasering
  2. versobering
  3. hergebruik

In het omgevingsplan legt de gemeente alle regels vast op het gebied van de fysieke leefomgeving. Uitgangspunt hierbij is dat dit algemene regels zijn, waardoor het aantal vergunningplichten vermindert. Het uitvoeren van specifieke en gedetailleerde onderzoeken kan bovendien worden doorgeschoven naar een latere fase in het vergunningstraject (fasering), en op dat moment specifieker worden afgestemd op de concrete inhoud van de bouwplannen. In het voortraject is dan slechts een quickscan nodig om de haalbaarheid van de plannen aan te tonen.

De Omgevingswet maakt het ook mogelijk om gegevens die al beschikbaar zijn opnieuw te gebruiken, waardoor nieuw onderzoek overbodig is (hergebruik). Tenslotte hoeft ook niet meer in alle gevallen gedetailleerd onderzoek plaats te vinden (versobering). Of en wanneer dit laatste voor uw plan aan de orde is, wordt ook vastgelegd in het omgevingsplan. 

Het uitstellen van onderzoek geeft meer flexibiliteit aan gemeenten, grote verschillen tussen gemeenten, en minder rechtszekerheid voor initiatiefnemers. Het is mogelijk dat initiatiefnemers toch voor meer zekerheid kiezen en juist aan de voorkant uitgebreid onderzoek doen. De vraag is dan of de, binnen het omgevingsplan, ruimte om onderzoek uit te stellen in de praktijk ook daadwerkelijk bestaat. Om daar tijdig van op de hoogte te zijn, adviseren wij u gebruik te maken van de dialoog- en participatiemogelijkheden bij de totstandkoming van het omgevingsplan.

Voor meer informatie: Corianne Verberne, E corianne.verberne@bro.nl, M 06 341 356 72