Ruimtelijk horecabeleid; reguleren waar moet, vrijlaten waar kan

De opzienbarende groei van de horeca in capaciteit en omzet tot aan de coronacrisis, en nu de verwachte krimp. Beide ontwikkelingen leiden tot veel vragen bij marktpartijen en gemeenten. Want hoewel de gevolgen op korte termijn zeer ernstig zijn - ontslagen, faillissementen en bedrijfsbeëindigingen - is tegelijkertijd visie nodig voor de lange termijn om innovatie te stimuleren.

Horeca: innovatieve sector die continu inspeelt op trends en veranderend consumentengedrag

Actuele vragen aan BRO zijn hoeveel en welke horeca passend is in een binnenstad of elders. Op basis van vraag- en aanbodanalyses kunnen we een ruwe inschatting maken. Maar dat geeft slechts een deel van het antwoord, want horeca is een zeer innovatieve sector die continu inspeelt op trends en veranderend consumentengedrag. Hierdoor laat horeca zich als stedelijke functie slechts beperkt voorspellen in modelmatige berekeningen. Goede onderscheidende horeca op ‘de juiste locatie’ heeft immers altijd perspectief, maar moet wel de ruimte krijgen.

Dit betekent niet dat sturing op horeca in het ruimtelijk beleid geheel moet worden vrijgegeven. Het aanwijzen van kansrijke ontwikkellocaties voor horeca en het weren van bepaalde horeca daarbuiten, blijft noodzakelijk. Maar binnen de ontwikkellocaties moet de horeca wel de vrijheid krijgen zich optimaal te ontwikkelen en te innoveren. Maximering van het aantal zaken, of te strakke horeca categorisering in beleid en bestemmingsplannen, kan deze innovatie belemmeren.

Beleid in lijn met de Europese Dienstenrichtlijn

Bovendien zijn dergelijke beperkende maatregelen soms strijdig met de Europese Dienstenrichtlijn. Deze richtlijn stelt namelijk dat horeca zich, net als een dienst, in principe vrij mag vestigen. Gemeenten mogen wel sturing geven in ruimtelijk horecabeleid, mits deugdelijk (ruimtelijk) gemotiveerd. Overlastgevende horeca mag bijvoorbeeld nog steeds worden geweerd in woongebieden. Ook de regeling restaurants vooral in binnensteden te faciliteren omwille van de aantrekkelijkheid en synergie met andere functies, is te motiveren.
Lastiger wordt het met maximering van aantal zaken. Een ruimtelijke horecavisie moet meer dan ooit gestoeld zijn op een ruimtelijk relevante motivering bij het aanwijzen van horeca-ontwikkelgebieden en het weren van horeca daarbuiten. Gebaseerd op trends en realistische ambities. Binnen deze ontwikkellocaties moeten zo min mogelijk vestigingsbeperkingen gelden. Zo krijgt horeca de ruimte te innoveren op kansrijke locaties, én is het beleid in lijn met de Dienstenrichtlijn.

Contact
Daan Goos, adviseur retail, daan.goos@bro.nl, 06 150 253 43
Jan Carel Jansen Venneboer, senior adviseur retail & leisure, jcjv@bro.nl, 06 150 253 41