Geef transitie de ruimte in visie, beleid en uitvoering

Veranderingen volgen elkaar in sneltreinvaart op. Het gaat allemaal zó snel, dat beleid vaak niet actueel is, of niet actueel genoeg. Dat is een probleem bij de uitvoering van ruimtelijke projecten. Want zonder actueel beleid ontstaat vertraging bij de uitvoering van grote opgaven, zoals het bouwen van woningen en de transformatie van winkel- en kantoorruimten. Het vergt moed om af te wijken van beleid, en moed om beleid te actualiseren. Daarvoor is slagkracht nodig.

Om projecten uit te voeren met een optimale ruimtelijke kwaliteit, zijn drie zaken onontbeerlijk en onlosmakelijk met elkaar verbonden: visie, beleid en uitvoering. Dat geldt voor alle sectoren, maar voor het ruimtelijk domein is het resultaat direct zichtbaar in onze fysieke leefomgeving. Als visie, beleid en uitvoering op elkaar zijn afgestemd, zie je dat terug in de ruimtelijke kwaliteit met de juiste functie op de juiste plek. Is er te weinig of geen afstemming, dan leidt dat tot verrommeling en verpaupering in steden en landschap.

Steeds meer integrale afstemming
We kunnen foute, of erger nog, géén keuzes voorkomen door de kerninstrumenten van de Omgevingswet (omgevingsvisie, programma’s en omgevingsplan) op een juiste manier in te zetten. Daarmee kunnen we sterke plekken en een aantrekkelijke leefomgeving creëren. Steeds vaker zien we bij gemeenten de beweging naar een meer integrale afstemming en aanpak van het beleid. Dat is een positieve ontwikkeling. Het maakt omgevingsvisies kansrijke producten als we ze:

  • goed verankeren in de ambtelijke en bestuurlijke structuur;
  • als vertrekpunt zien voor regievoering op de ruimtelijke vertaling van de grote opgaven die op ons af komen.

De tijd is nú
De veranderingen vragen om een vertaling naar ruimtelijke oplossingen. Daarvoor is een actuele visie nodig op economie (duurzaamheid, circulariteit), op maatschappelijke dynamiek (veranderende behoeften, sociale meerwaarde, demografie) en op de invloed van technologie. In de wisselwerking tussen beleid, beleidsprogramma’s en visies valt veel winst te behalen. De timing is perfect: gemeenten staan nú voor een enorme transitie op economisch, maatschappelijk en technologisch gebied. Corona versnelt de behoefte aan deze veranderingen. Een transitie die direct impact heeft op de fysieke leefomgeving, en die de ruimte moet krijgen met actueel beleid.

Omgevingsvisie als uitgangspunt
De omgevingsvisie, één van de kerninstrumenten van de Omgevingswet, gaat uit van een integrale afweging van wensen, belangen en mogelijkheden. Het is de eerste stap waar - in de ideale situatie - de kernpunten van het beleid al samenkomen. Bij nieuw beleid is het dan ook aan te bevelen een check te doen op de relatie met de omgevingsvisie. Zo borg je de actualiteit. De omgevingsvisie wordt op die manier geen ‘moetje’, maar een centraal instrument in een brede afweging van ruimtelijke, maatschappelijke en economische ontwikkelingen.

Programma’s als beleidspijlers
Is de omgevingsvisie de centrale spil bij nieuw beleid, dan komt de inzet van het tweede kerninstrument vanzelf op de agenda: programma’s. Die vormen de beleidspijlers voor thema’s en gebieden voor specifiek beleid zoals detailhandels- of voorzieningenbeleid. Voor een breder voorzieningenbeleid is bijvoorbeeld de lokale vertaling van de Dienstenrichtlijn van wezenlijk belang. Deze Europese richtlijn bepleit vrije vestiging van bedrijven, waarbij economische motieven vestigingslocaties niet kunnen uitsluiten. Een ruimtelijke afweging is dan essentieel. Ook gebiedsgericht beleid kan in een programma worden bepaald. Denk aan een transformatieopgave in een centrumgebied of op een bedrijventerrein, en aan de verdichtingsopgaven voor de
woningbouw.

Uitvoering: het omgevingsplan
Het derde instrument van de Omgevingswet is het omgevingsplan. Dat plan maakt de uitvoering van het beleid ruimtelijk mogelijk. Het omgevingsplan is echter breder dan dat: het gaat om de inrichting van onze leefruimte. Dat raakt dus ook de maatschappelijke opgaven.

Visie, beleid en uitvoering zijn niet star. De samenhang ertussen moet veerkrachtig zijn: bestand tegen de veranderende omstandigheden zónder de consistentie en zekerheid aan te tasten. Een uitdagende balans die doorlopend aandacht vraagt en noodzakelijk is om vooruit te komen met de grote opgaven waar we voor staan.

Contact
Felix Wigman, directeur / manager Functies & Beleid, felix.wigman@bro.nl