Wat betekent het eindadvies voor de aanpak van stikstof voor de praktijk?

De commissie Remkes heeft het advies 'Niet alles kan overal' gepresenteerd. Daarin geeft de commissie aan dat met een structurele aanpak van de stikstofproblematiek moet worden gewaarborgd, dat een gunstige staat van instandhouding van Natura 2000-gebieden wordt gerealiseerd, en de voor stikstof gevoelige habitats worden hersteld.

Voor de stikstofaanpak ziet de commissie twee opgaven. Ten eerste reductie NH3-emissies. Daarbij worden voor het realiseren van de doelstelling om in 2030 de NH3-emissies vanuit de landbouw met minimaal 50% te reduceren vijf oplossingsrichtingen geformuleerd, waaronder ‘Meten is beter weten’, gericht op de ontwikkeling van een geavanceerd meetnet.

Ten tweede reductie NOx-emissies, hiervoor worden o.a. adviezen gegeven voor het laten doorgaan van de bouwproductie. De commissie adviseert om voor tijdelijke emissies van bouwactiviteiten voldoende ruimte beschikbaar te stellen en een drempelwaarde in te voeren.
Ook wordt aangegeven dat bij aanbestedingen van overheden en semipublieke organisaties een lage emissie een doorslaggevende rol in de gunning zou moeten spelen, en wordt aangeraden een stimuleringsregeling in het leven te roepen om naar laag-emissiematerieel over te gaan.

In aanvulling op de adviezen van de commissie Remkes heeft het Adviescollege Meten en Berekenen Stikstof (commissie Hordijk) haar eindrapport gepresenteerd ‘Meer meten, robuuster rekenen’. In principe constateert het adviescollege dat het Nederlandse meet- en modelinstrumentarium voor de doorrekening op nationale schaal van voldoende tot goede kwaliteit is, maar dat, zoals ook de commissie Remkes adviseert, verbeteringen aan het hele systeem nodig zijn. De commissie geeft aan dat de AERIUS calculator op het moment niet doelgeschikt is, wat deels komt door de onbalans tussen het detail dat het beleid vraagt en de mate van wetenschappelijke onzekerheid in het berekenen van de depositie op een klein oppervlak.

De commissie Hordijk geeft de volgende aanbevelingen die moeten leiden tot vereenvoudiging en minder gedetailleerde berekeningen:

  1. gebruik bron-receptormatrix waardoor het rekenhart van AERIUS eenvoudiger en transparanter wordt;
  2. gebruik van dezelfde modellen bij verschillende sectoren (verkeer, stallen) met betrekking tot vergunningverlening, waardoor ook de afkapgrens van 5 km voor berekeningen met betrekking tot verkeer komt te vervallen;
  3. aggregatie habitattypen.

Wat betekent dit voor de praktijk?
De aanbevelingen van beide commissies zijn o.a. gericht op een eenvoudigere vergunningverlening, zeker bij bouwactiviteiten. Dit kan worden bereikt door wederom een drempelwaarde in te stellen voor tijdelijke bouwactiviteiten zoals de commissie Remkes voorstelt, en door de AERIUS calculator zo in te richten dat deze eerlijker, transparanter, robuuster en daarmee doelgeschikter wordt (commissie Hordijk).

Voor nu dient nog te worden uitgegaan van de huidige versie van de AERIUS calculator. Waarschijnlijk wordt deze in de komende periode meermaals geüpdate, om een zo realistisch mogelijke inschatting te kunnen maken van de te verwachten emissies en depositie, tijdens de aanleg- en gebruiksfase. De uitkomst van de AERIUS-berekening blijft dus bepalend. Gezien het verleden is de verwachting dat deze berekeningen makkelijk ‘omgezet’ kunnen worden naar berekeningen gemaakt met een eventuele nieuwe versie van de AERIUS calculator.

Contact
Wilt u weten wat de gevolgen zijn voor uw project neem dan contact op met Dennis van Mier, jurist / adviseur omgevingsrecht, dennis.van.mier@bro.nl, 06 143 025 85 en Sven Robins, planoloog / adviseur ruimtelijke ordening, sven.robins@bro.nl, 06 143 025 87