Nederland ontwikkelt en stedelijke weefsels worden steeds intensiever benut. Na jaren grote uitbreidingswijken te hebben gebouwd onder invloed van de Vierde Nota Ruimtelijke Ordening Extra, zien we nu verschuiving optreden in de richting van binnensteden en bestaand weefsel. Daarbij is het van belang dat een goed woon- en leefklimaat blijft gegarandeerd. Steeds vaker leiden nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen tot ongewenste gevolgen voor de directe omgeving. De juridische discussies nemen toe, met name vanwege onduidelijkheden rondom optredende schaduweffecten.
Geen wettelijke regels
In Nederland bestaan géén wettelijke regels of normen voor zontoetreding op percelen of bezonning van gevels. Het Nederlands Normalisatie-instituut (NEN) heeft de ontwikkeling van een norm stilgelegd. Het is onduidelijk wanneer sprake is van hinder door ruimtelijke ontwikkelingen en waaraan nieuwe gebouwen dienen te voldoen met betrekking tot zontoetreding op aangrenzende en nabij gelegen kavels en de gevels van bestaande woningen. Voor het bepalen van de schaduwhinder op gevels wordt daarom momenteel landelijk voornamelijk gebruik gemaakt van een door TNO ontwikkelde richtlijn.
Deze richtlijn gaat uit van gevelopeningen en ligging van verblijfsruimten achter de te onderzoeken gevels. Afhankelijk van de eisen die de betreffende gemeente stelt aan ‘bezonning' , wordt de lichte of strenge richtlijn toegepast. De lichte resulteert in de kwalificatie ‘aanvaardbare woonkwaliteit', de strenge in de kwalificatie ‘goede woonkwaliteit.'. De bepaling van de schaduweffecten op de percelen wordt echter achterwege gelaten of op basis van subjectieve criteria meegenomen in de afweging.
Kwantificering schaduweffecten op percelen
Wij hebben een objectieve methode ontwikkeld om schaduweffecten op percelen te meten en te beoordelen. Het gaat hierbij om onderzoek van de directe omgeving als gevolg van voorgestelde bouwplannen of richtlijnen voor nieuwe bouwplannen.
Onze methode brengt de schaduwwerking in beeld, op gevarieerde tijdstippen per dag en op verdeelde dagen per jaar. Metingen worden gedaan om het percentage oppervlak te vertalen naar het gemiddeld aantal ‘beleefbare' zonuren in relatie tot ‘acceptabele' zonuren. De optimale zonplaats op de kavel wordt aangeduid.
Onze onderzoeken zijn bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State aantoonbaar doorslaggevend voor een goed resultaat.
Totaalonderzoek
Het onderzoek wordt gestart met het opbouwen van een driedimensionaal model van de nieuwe ontwikkeling en de directe omgeving. Aan de hand van dit model worden de schaduweffecten bepaald op basis van de gekozen richtlijn ‘licht' of ‘streng'.
De bestaande situatie wordt hierbij vergeleken met de planologische mogelijkheden vóór en na een ruimtelijke ontwikkeling zodat een duidelijk beeld ontstaat van de schaduweffecten die de nieuwe ontwikkeling met zich meebrengt.
Tot slot worden de gevolgen van de ontwikkeling op de bezonning van het perceel in beeld gebracht, waardoor een compleet beeld ontstaat.
De onderzoeken worden verwerkt tot een beeldende rapportage waarin de volgende zaken aan bod komen:
- beschrijving van project en locatie
- gehanteerde richtlijnen
- conclusies van de schaduweffecten van een nieuwe ontwikkeling op de gevels van omliggende panden
- conclusies van de schaduweffecten op het perceel
- optimale zonplaats op de kavel
Voor meer informatie: Luke Vredeveld tel: 0411 850 400 of Dit e-mail adres is beschermd tegen spambots. U heeft Javascript nodig om het te kunnen zien.
Zie ook Keerpunt 2012: start van de Astronomische Zomer






























